Binnen mijn werk onderzoek ik de persoonlijke en collectieve betekenis van migratie, familie-erfgoed en cultuur. Mijn directe familie vormt daarin vaak als vertrekpunt en werkveld, een omgeving waarin ik me vertrouwd voel en die fungeert als mijn eerste bron van verhalen en kennis over mijn achtergrond.
Tegelijkertijd biedt deze context ruimte voor kritisch, emotionele en verdiepend onderzoek, waarin ik de oorsprong, doorwerking en overlevering van deze verhalen bevraag.
Naarmate ik meer onderzoek heb gedaan naar familieleden buiten mijn directe kring, groeit de behoefte om de plek van oorsprong daadwerkelijk te bezoeken. Ik voel een dringende noodzaak, namens de derde generatie Javaans-Surinamers in Nederland, om onze culturele geschiedenis beter te leren kennen, een geschiedenis die nauwelijks aan bod komt binnen het Nederlandse onderwijssysteem.
Mijn doel, en tegelijkertijd mijn wens, is om mijn generatie, en de generaties die volgen, iets tastbaars te geven: verhalen, beelden, gezichten en kennis waarmee zij zich kunnen verbinden en zich door kunnen laten inspireren. Ik zie mijn werk als onderdeel van een groter cultureel archief: een levende herinnering én een uitnodiging tot reflectie en dialoog.



